je bent hier:
NIEUWS
Vrijheidsbeperkende maatregelen bij jongeren zijn niet evident
 
Aangemaakt op: 2017-10-26
De-escalatie en preventie zijn prioritair.
Het NVKVV, beroepsorganisatie voor verpleegkundigen, ondersteunt dat vrijheidsbeperkende maatregelen tot een minimum beperkt moeten worden.  

Zorginspectie, een afdeling van het Vlaams Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, bezocht het afgelopen jaar alle 36 afdelingen voor kinder- en jeugdpsychiatrie in Vlaanderen. Infrastructuur, dossiers en procedures werden gecontroleerd en er werden gesprekken gevoerd met patiënten en medewerkers. De inspectie richtte zich niet enkel op de vrijheidsbeperkende maatregelen (VBM) maar ook op het preventiebeleid en verbeterinitiatieven. 

Zorginspectie stelde vast dat medewerkers gedreven zijn om kwaliteit van zorg te leveren voor deze doelgroep. Maar omdat de verschillende bezochte afdelingen voor kinderpsychiatrie verschillende leeftijden en diverse problematieken omvatten en omdat de sector verschillende termen door elkaar gebruikt zoals afzondering, separatie, mechanische fixatie, dwang, zijn de resultaten van de inspectie moeilijk met elkaar te vergelijken en is het innemen van een eenduidige stelling niet eenvoudig. 

Het rapport van Zorginspectie wijst op een dringende nood aan een goede richtlijn voor het toepassen van VBM in Vlaanderen en daarbuiten.  Het biedt een duidelijk referentiekader voor de sector dat het als basis kan gebruiken om de eigen werking te evalueren en bij te sturen. Het rapport van Zorginspectie stelt dat VBM zo min mogelijk, zo kort mogelijk en altijd veilig toegepast moeten worden, en steeds een uitzonderlijke maatregel moeten zijn, een stelling die het NVKVV volledig onderschrijft. 

Het NVKVV adviseert om: 
1. Heldere richtlijnen en definities uit te werken en correcte cijfers te verzamelen; 
2. Een de-escalerende omgeving en preventieve aanpak te hanteren; 
3. Een signalisatieplan uit te werken en infrastructuur aan te passen; 
4. Een voldoende bestaffingsgraad te garanderen, dag en nacht; 
5. Te vertrekken van patiënt- en ouderbetrokkenheid; 
6. Een transparant beleid over meerdere jaren te voeren. 

Uit de praktijk
Evi Mervilde, lid van de werkgroep Verpleegkundigen in de geestelijke gezondheidszorg NVKVV (beroepsorganisatie voor verpleegkundigen) en hoofdverpleegkundige op de Afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie in het UZ Gent: ‘Het belang van het kind staat steeds centraal in onze aanpak, ook wanneer we genoodzaakt zijn om vrijheidsbeperkende maatregelen te nemen zoals een kind tot rust laten komen op de kamer of desnoods heel even in afzondering plaatsen. Dat doen we om het kind zelf, om de andere patiënten en het personeel te beschermen en enkel wanneer dat echt nodig is, om verdere escalatie van bijvoorbeeld agressief gedrag in te perken. Een VBM mag nooit als sanctie, daar zijn we op de afdeling duidelijk in. In onze aanpak betrekken we ook de ouders en de omgeving van een patiënt, zij maken essentieel deel uit van zijn leefwereld. 
De Zorginspectie heeft binnen UZ Gent een aantal stappen in een stroomversnelling gebracht. Zo hebben we nu een post-agressie protocol uitgewerkt over hoe we standaard willen handelen na agressie door een patiënt. We willen ook investeren in meer nabijheid voor de patiënt om die agressie te kunnen voorkomen, maar daar hebben we ook meer mankracht voor nodig al kunnen we zelf ook nog meer investeren in bijvoorbeeld communicatie en goede guidelines.’ 

Actie
De werkgroep Verpleegkundigen in de geestelijke gezondheidszorg NVKVV, beroepsorganisatie voor verpleegkundigen, komt op voor de zorg voor de patiënt én voor de zorg voor de medewerkers, zo vertelt Maarten Desimpel, Directeur patiëntenzorg PZ Bethaniënhuis in Zoersel en voorzitter van de werkgroep geestelijke gezondheidszorg NVKVV: ‘Belangrijk is dat er steeds ingezet wordt op het vermijden van conflicten (primaire preventie). Principes zoals nabijheid, inzetten op de relatie, herstel, participatie en gedeelde besluitvorming zijn hierin uiterst belangrijk. Daarnaast is het belangrijk dat medewerkers kennis hebben en gebruik maken van de-escalatie modellen, vroegsignalering en crisisplannen. 
Dienen er toch VBM te worden toegepast, dan kan dit alleen uitzonderlijk, kortdurend en als laatste beschermingsmaatregel. VBM moeten gebruikt worden binnen een juridisch kader en gemotiveerd vanuit goede zorg. Dat dient altijd op een zorgvuldige, zorgzame en menselijke manier te gebeuren.
Het beleid dient dit natuurlijk te faciliteren. Vormingen voor verpleegkundigen spelen hierin een rol, net zoals de architectuur en de infrastructuur en vooral de bestaffing. Medewerkers hebben ook nood aan houvast op vlak van visuele controle, opvolging van parameters en schriftelijke neerslag. Tot slot is het ook belangrijk om werk te maken van registratiesystemen als basis voor veiligheids- en kwaliteitsmonitoring’. 
De werkgroep neemt de conclusies van het rapport van Zorginspectie rond vrijheidsbeperking in de kinderpsychiatrie mee in haar verdere werking en trekt die door naar de volwassenpsychiatrie. 

Het rapport

Voor meer informatie: contacteer
NVKVV, beroepsorganisatie voor verpleegkundigen: www.nvkvv.be  en 02 732 10 50

Terug naar overzicht
Geen artikels aanwezig.
Geef uw Gebruikersnaam en Paswoord.
Gebruikersnaam
Paswoord
Blijf ingelogd
Paswoord vergeten?
Nosologist codeur doodsoorzaken
Zorg en Gezondheid - Vlaamse Overheid
Verpleegkundige - Digestieve oncologie - E 442
UZ Leuven - Campus Gasthuisberg
Hoofdverpleegkundige
Ziekenhuis Oost- Limburg - ZOL
Verpleegkundige Centrale Mobiele Equipe
UZ Gent
Verpleegkundige of technoloog medische beeldvorming (M/V)
OLV Ziekenhuis - Campus Aalst, Asse of Ninove